Miracolo a Milano
Weesjongen Totò komt na het overlijden van zijn pleegmoeder terecht in een armoedig krottenkamp aan de rand van Milaan. Zijn optimisme, goedheid en onvoorwaardelijk geloof in de mens maken hem al snel het morele middelpunt van een gemeenschap die voortdurend moet vechten om te overleven. Wanneer onder het kamp olie wordt ontdekt, proberen projectontwikkelaars en grootgrondbezitters de bewoners met alle mogelijke middelen te verdrijven. Wanneer Totò opeens over magische krachten beschikt, lijkt er een uitweg te zijn uit de uitzichtloze situatie.
De vertoning van 13/10 wordt ingeleid door Roel Vande Winkel, professor Filmgeschiedenis (KU Leuven).
Beide vertoningen zijn Engels ondertiteld. / Both screening are subtitled in English.
After the death of his foster mother, the orphaned boy Totò ends up in a squalid shantytown on the outskirts of Milan. His optimism, kindness, and unconditional faith in humanity quickly make him the moral center of a community that must constantly fight to survive. When oil is discovered beneath the shantytown, real estate developers and large landowners try to drive out the residents by any means necessary. When Totò suddenly finds himself endowed with magical powers, a way out of this hopeless situation seems to emerge.
Filmklassiekers: Film, Culture, and Society
Films ontstaan nooit uit het niets, maar zijn het product van hun culturele en maatschappelijke context. Om deze stelling te illustreren heeft Roel Vande Winkel - professor Filmgeschiedenis - dit programma samengesteld, waarin de ontwikkeling van de filmkunst aan de hand van verschillende stromingen, genres en regisseurs wordt gevolgd. Voor de eerste vertoning van elke film gaat hij dieper in op de maatschappelijke normen die via de film worden weergegeven en in stand gehouden.

Met Miracolo a Milano (1951) bewees regisseur Vittorio De Sica dat het Italiaanse neorealisme meer kon zijn dan een sobere registratie van armoede en sociale ongelijkheid. Waar hij met Ladri di Biciclette en Sciuscià de harde werkelijkheid zonder opsmuk in beeld bracht, kiest hij hier voor een gedurfde mengvorm van maatschappijkritiek, sprookje, satire en poëzie. Het resultaat is een film die op het eerste gezicht licht en fantasierijk oogt, maar onder die speelse buitenkant een scherpe aanklacht vormt tegen hebzucht, ongelijkheid en de ontmenselijking van de naoorlogse samenleving.